Beleidsplan
Beleidsplan Hervormde Gemeente Maasdam 2010-2014
Wat is er tot nu toe bereikt vanuit het beleidsplan 2007-2010
Dit plan bouwt voort op het eerder gemaakte beleidsplan 2004-2007. Daarom stellen we hier de vraag wat er van de gestelde plannen gerealiseerd is. De reden daarvan is eenvoudigweg om ervan te leren en te bekijken of we als gemeente op de goede weg zijn en ook blijven. Het Beleidsplan 2010-2014 zal jaarlijks geëvalueerd worden te beginnen in december 2010.
Wie zijn wij?
Het dorp Maasdam behoort (samen met ’s-Gravendeel, Puttershoek, Mijnsheerenland, Heinenoord en Westmaas) tot de burgerlijke gemeente Binnenmaas. Maasdam ontstond omstreeks 1270 langs een dam van de toenmalige Maas en lag toentertijd aan de westkant van de Grote Waard. Inmiddels ligt het aan de oostkant van de Hoeksche Waard langs de Binnenbedijkte Maas. Het is tot ver in de twintigste eeuw een dijkdorp gebleven. Er zijn in de afgelopen jaren nieuwbouwwijken bijgekomen. Maasdam telt thans ruim 3.300 inwoners, de helft is autochtoon, de andere helft afkomstig van buiten de Hoeksche Waard. Er zijn wat winkels voor de eerste levensbehoeften. Maasdam heeft twee basisscholen: één voor openbaar en één voor reformatorisch onderwijs. Voor christelijk nationaal basisonderwijs zijn de kinderen aangewezen op Puttershoek. Middelbare scholen zijn te vinden in Oud-Beijerland, Rotterdam, Barendrecht, Klaaswaal en Dordrecht.
Het kerkgebouw dateert van 1871 en verkeert in redelijke staat van onderhoud. De toren dateert uit de 17e eeuw en is eind 18e eeuw in zijn huidige vorm gekomen. De kerk is met de pastorie, een monumentaal pand dat in 1811 is gebouwd en met het ontmoetingscentrum gegroepeerd rond een binnenplein. Het geheel draagt bij aan een karakteristiek dorpsgezicht. De bij de kerk behorende toren is eigendom van de gemeente Binnenmaas.
De Hervormde gemeente van Maasdam is de enige kerk in Maasdam. Om die reden noemt de gemeente zich graag “Kerk van Maasdam”. Zo presenteert de gemeente zich ook op het internet: www.kerkmaasdam.nl
De Hervormde gemeente telt een kleine 900 leden. Het kerkgebouw heeft 230 zitplaatsen en is tijdens de zondagsviering in de regel goed bezet.
Waar staan we voor?
De Hervormde gemeente Maasdam staat open voor alle Christusbelijdende gelovigen, zonder zich te richten op een bepaalde modaliteit. De praktijk wijst uit dat onze gemeente God op de goede manier wil dienen (=ortho-dox) en geïnspireerd door het evangelie mensen wil uitdagen en helpen om te groeien als schepsel van God.
Dit doel is te bereiken door ondermeer te willen groeien als gemeente, zowel spiritueel als in getal.
Veranderingen: Voorzichtigheid en Respect
Uit vergaderingen met onder andere de Kerkenraad blijkt dat het niet eenvoudig is om als kerk met elkaar op de juiste manier in contact en in gesprek te blijven. Dit mag geconcludeerd worden uit de soms hevige discussies die op kunnen laaien bij de evaluatie van bijvoorbeeld een kerkdienst. De ene persoon ervaart deze dan als heel leuk, gezellig en fris, terwijl iemand anders dit als een lawaaiige en rommelige dienst ervaart die hij of zij het liefst niet meer zou willen zien. Het is belangrijk voor ieders standpunt (hoe afwijkend ook) respect te willen en moeten hebben. Het kan aan de ene kant niet de bedoeling zijn dat een vorm van eredienst aan God de reden is voor andere mensen weg te willen blijven of sterker nog niet meer de kerk te willen bezoeken. Aan de andere kant moet er ook de ruimte en vrijheid bestaan om te mogen zoeken naar nieuwe of andere wegen om meer mensen naar de kerk van Maasdam te trekken. Uitgangspunten moeten hierbij zijn dat we ten eerste met elkaar in debat blijven hoe moeilijk dat soms ook is of lijkt. Ten tweede dient elk persoon en elke mening gerespecteerd te worden als deze mening geen anderen kwetst of buitensluit. Als laatste zouden we ons moeten richten op de wens van God. Wat kunnen wij doen om ieder mens over God te vertellen? Het is beleid dat de Kerkenraad evalueert.
Opbouw ledenbestand
Van de ongeveer 3300 inwoners van Maasdam rekenen ongeveer 900 personen zich tot de kerk van Maasdam.
Van deze 900 leden zijn er zo’n 200 belijdend lid en actief betrokken bij de kerk en het werk. Onderzoek naar de overlevingskansen van kerken wijst onder andere uit dat de ondergrens van het voortbestaan van een kerk ligt bij zo’n 150 leden. Verder is het noodzakelijk dat een kerk blijft groeien en dat de groei niet alleen voortkomt uit de aanwas van kinderen van bestaande leden maar ook uit de aanwas van nieuwe leden; mensen die voorheen zich dus niet rekenden tot de kerk. Ook de kerk van Maasdam loopt de kans ten onder te gaan als de groei uitblijft.
Wat willen we zijn en doen?
Een blik op onszelf en onze omgeving
Sterke punten van onze gemeente:
- Saamhorigheid, bijvoorbeeld bij de zondagse eredienst
- Openheid en tolerantie
- Trouwe kern; inzet van vrijwilligers
- Kindernevendienst (vroeger Zondagsschool), jeugdwerk en de tienernevendienst
Zwakke punten van onze gemeente:
- Bestuurlijke vernieuwing is gering
- Vernieuwingsdrang gering
- Aantal jongeren is laag en loopt terug
- Wervingskracht is niet groot
Kansen voor onze gemeente:
- De enige kerk van het dorp (bijvoorbeeld voor de Kerstviering)
- Vestiging van nieuwe jonge gezinnen
- Kleinschaligheid
Bedreigingen voor onze gemeente:
- Vergrijzing en ontgroening
- Individualisme in onze westerse maatschappij
- Vrijblijvendheid van geloofshouding
- Weinig nieuwbouw in de kern van Maasdam
- Geen christelijk basisonderwijs
De gemeente kiest kernwoorden en kerntaken.[1]
In een gemeentevergadering en een tiental groothuisbezoeken in het seizoen 2005-2006, waarin in totaal 90 personen deelnamen, hebben de gemeenteleden zich uitgesproken over de kernwoorden voor de gemeente zijn in Maasdam:
- Gastvrijheid
- Getuigen
- Dienen
De kernwoorden en kerntaken komen voort uit de focus die we als kerk moeten leggen op onze taken. Het doel daarvan is tweeledig. Enerzijds het belang van de focus op wat onze kern is, wat vinden we nu echt heel belangrijk, wat moeten we altijd doen? Wat kunnen we daarnaast nog doen en wat kunnen we daarnaast niet doen? Anderzijds dient de keuze ter bescherming van de vrijwilligers. In het verleden en nu nog steeds blijken mensen letterlijk op te branden door de druk die de taken opleggen aan de persoon. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn. Het wegvallen van mensen door uitputting legt nog meer druk bij de anderen en verhoogt waarschijnlijk de drempel voor nieuwkomers ook maar iets te willen doen voor de gemeente. Duidelijke keuzes en beleid zijn daarom noodzakelijk.
Pastoraat: omzien naar elkaar
Thans doen we groothuisbezoek, persoonlijk huisbezoek en bezoeken via de hervormde vrouwendienst (HV). Er is geen systematische aanpak voor jongeren en jongvolwassenen. Het groothuisbezoek functioneert goed voor de senioren, maar het speelt te weinig in op de kansen die in Maasdam voorhanden zijn, bijv. met de jonge gezinnen.
Het doel voor de komende jaren is te willen groeien als kerk. Om dit te bereiken zullen we activiteiten voor jongeren en jonge gezinnen moeten willen ontwikkelen. Als eerste moet daarom een verkenning van leefwereld en de (spirituele) behoeften van deze doelgroep plaatsvinden. Met de uitkomst hiervan kunnen we een concreet project maken met een degelijk plan van aanpak.
We streven ernaar vrijwilligers taakgericht in te zetten voor het pastoraat en het kerkenwerk. Dat vergt dat talenten en capaciteiten van gemeenteleden in kaart gebracht en benut gaan worden. Bijna alle kerkelijk werkers hebben de gaventest gedaan en weten nu wat hun gaven zijn en waar dus hun kracht en talent zit. Van daaruit is het goed om gavengericht te gaan werken, dit levert de gemeente en de kerkelijk werker het meeste op voor wat betreft nut en plezier.
Diaconie: dienstbetoon aan kerk en wereld
De diakenen zorgen voor de inning van collectegelden en hebben een taak bij de viering van het Heilig Avondmaal in de kerk bij mensen thuis. De diakenen rekenen het zich tot hun taak de gemeente bewust te maken van de noden dichtbij en veraf. Zonodig helpen zij bij organiseren van projecten.
Er zijn thans nogal wat uitdagingen in onze maatschappij waarneembaar:
De vergrijzing, de toename van het aantal alleenstaanden, de komst van allochtonen etc.
De herstructurering van ons sociale stelsel (denk o.a. Aan de WMO), waarbij meer initiatief op het lokale vlak en de maatschappelijke organisaties, waaronder de kerk, komt te liggen.
De uitwerking van de WMO op lokaal niveau biedt kansen voor onze kerkelijke gemeente die nog nader in kaart gebracht zullen moeten worden.
Te verwachten valt dat zich naast problemen van financiële aard ook zaken als eenzaamheid en verveling zullen voordoen. Al deze veranderingen vergen bezinning en nauwkeurig volgen: vinger aan de pols.
De diaconie zal de jeugd betrekken bij haar werk, met name in de vorm van projecten. Ook de kerkradio wordt door de diaconie verzorgd, dit biedt kerkleden de mogelijkheid via de ether de kerkdienst te beluisteren in de vorm van een radio-uitzending. Verder is het wellicht nuttig de kerkdiensten via de computer toegankelijk te maken.
Vorming en toerusting
Thans functioneert een aantal kringen zoals het leerhuis, de seniorenkring, de gespreksgroep 18+ en de regenboogkring. Ook is er een oecumenische gesprekskring met de kerken van Puttershoek en Maasdam. Er is geen gesprekskring voor jonge gezinnen. Hiertoe zullen initiatieven genomen moeten worden. (Te denken valt aan korte thematisch gegroepeerde, cursusachtige bijeenkomsten. (Zie ook hiervoor bij de verkenning van de leefwereld en spirituele behoeften).
Leerdiensten
Een aantal ouderlingen heeft het plan opgevat om een beperkt aantal zondagmiddagen bij elkaar te komen en daarbij door middel van gesprek hun kennis en toerusting te vergroten. De vorm en het aantal bijeenkomsten moet nog uitgewerkt worden maar zal in het komende jaar gestalte krijgen.
Jeugdwerk
Het jeugdwerk omvat vier elementen: de kindernevendienst (voormalige zondagsschool), jeugdwerk, de tienernevendienst en catechisatie. Deze vier worden gecoördineerd door de jeugdraad. Momenteel is er weer sprake van een opleving met hernieuwde activiteiten (de tienernevendienst is hiervan het resultaat) .
De predikant geeft catechisatie in drie leeftijdsgroepen, met medewerking van gemeenteleden.
Visie op het jeugdwerk
De jeugd van 4 t/m 21 jaar groeit op in een snel veranderende wereld. De jeugd is mondiger, goed geïnformeerd, visueel gericht en heeft het gevoel alles te kunnen. Ondanks de individualisering zoekt de jeugd elkaar op en wordt er veel (en vaak oppervlakkig) gecommuniceerd (vaak via internet en mobiele telefonie). De huidige methoden verliezen hun kracht bij de jeugd van nu.
Wij willen de jeugd vasthouden om deze te (blijven) vertellen van het evangelie. Verder willen we meer jeugd bereiken. Het doel is om altijd te willen groeien in aantal en in geloof (zowel voor de jeugd als voor de jeugdleiding). Dit kunnen we bereiken door meer sociale activiteiten, interactie (betrokkenheid) en multimedia.
De verschillende jeugdonderdelen gaan (meer) samenwerken zodat er een geïntegreerd aanbod van jeugdactiviteiten georganiseerd wordt.
De jeugdraad wil ook meer jeugd bij de activiteiten betrekken door persoonlijke benadering, leuke activiteiten te organiseren en ouders te stimuleren. In die activiteiten gaat het om de aanraking met de liefde van god, het samenzijn met elkaar en het diaconaal dienstbetoon voor elkaar en anderen, dichtbij en veraf.
De jeugdkerk is broedplaats van vernieuwing die voornamelijk ouderen blijkt te boeien.
Strategie van het jeugdwerk
Per jeugdonderdeel is een strategie besproken om de visie te gaan realiseren. Een paar gemeenschappelijke punten zijn:
- Ouders betrekken
- Actieve inbreng van de jongeren zelf
- Afwisselende werkvormen
- Warme en spontane sfeer
Visie op het ouderenpastoraat
De ouderen in de gemeente laten zich onderscheiden in drie groepen, de jongeren senioren en de ouderen senioren. Veel van de jongeren senioren zijn actief in de gemeente. Eén groep runt de rommelmarkt, een tweede groep onderhoudt het Ontmoetingscentrum, een derde groep is actief in de Hervormde Vrouwen Dienst met het bezoeken van de ouderen senioren en het verzorgen van de koffie op zondagochtend. Het zijn krachtige groepen die onderling pastoraat aan elkaar verlenen.
Binnen afzienbare tijd houdt de rommelmarktgroep op te bestaan wegens het wegvallen van de rommelmarkt. Hiermee vervalt een belangrijke functie van Kerk in het Dorp Maasdam. We zoeken actief naar mogelijkheden om deze groep te bewaren, zoals bijvoorbeeld het wekelijks organiseren van een koffieochtend voor bewoners van Maasdam, een wandelgroep eventueel met meditatief moment.
De overheid stimuleert dat ouderen in hun eigen woning kunnen blijven wonen door tal van voorzieningen aan te bieden, thuishulp en dagopvang om eenzaamheid te voorkomen. Om op de kosten hiervan te besparen schrapt de overheid deze laatste voorziening, waardoor eenzaamheid en verveling groter zullen worden. De diaconie zal hierop attent moeten zijn en door middel van cursusachtige bijeenkomsten zich in deze problematiek moeten verdiepen en samenwerking zoeken met andere partners op dit gebied. Diaconaat en pastoraat lopen hierin elkaar over.
Veel ouderen senioren leven in het land van ooit en verwachten veel bezoek van de predikant en ouderlingen. Meer dan vroeger zullen we het in activiteiten moeten zoeken zoals een themadag met een gezamenlijke maaltijd. Om dit verder uit te bouwen zullen we kritisch naar de ruimtes moeten kijken van het Ontmoetingscentrum.
Erediensten
De eredienst van de zondagochtend heeft een traditionele vormgeving met enkele experimentele elementen, die mede afhankelijk zijn van de aard van de dienst (bijv. Doopdienst, gezinsdienst, oogstdienst, opening winterwerk seizoen en bid- en dankdienst).
De viering van het Heilig Avondmaal verloopt geheel langs klassieke lijnen met gemiddeld drie opeenvolgende tafels. Hoewel er bij een substantieel deel kerkbezoekers behoefte bestaat aan nieuwe vormen, blijkt het toch lastig voor dit onderwerp een goede weg te vinden. Deels ligt dit verankerd in de zwaar bevochten wijze van ter tafel gaan vanuit het verleden.
Er is een commissie bijzondere diensten die de diensten met Kerst, Pasen en Pinksteren alsmede de openingen sluiting van het seizoen organiseert.
Mede afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning bestaat het voornemen om periodiek “welkomdiensten” te houden.
De muziek heeft als kern de liederen van het leidboek. Daarnaast zingt de gemeente incidenteel uit andere liedbundels. De gemeentezang wordt begeleid door geschoolde organisten. De overige muzikale bijdragen (zang, piano, blaasinstrumenten etc) worden geleverd door deels geschoolde mensen.
Beheer
De kerkenraad stelt noodgedwongen al een aantal jaren op voorstel van de kerkenrentmeesters een begroting vast waarbij hooguit 80% van de uitgaven gedekt worden door inkomsten. Weliswaar valt tot nu toe het resultaat meestal beter uit, hoewel het tekort blijft, maar dit heeft te maken met toevallige baten en het vermijden van dure arbeid. De rommelmarkt brengt nogal wat geld op. De inzet van vrijwilligers, merendeels 55-plussers, is daarbij essentieel en wordt zeer gewaardeerd, maar is tevens een lastig punt voor de meerjarenbegroting. De ruimte die de rommelmarkt ter beschikking heeft is tijdelijk van aard en het gebruik ervan zal over een paar jaar eindigen. Daarmee zal een belangrijke bron van inkomsten wegvallen (De rommelmarkt is belangrijk voor extra uitgaven van de kerk). Ook de leeftijd van de vrijwilligers is van dien aard dat de continuïteit van deze inkomstenbron niet is gewaarborgd. De inkomsten van de rommelmarkt worden daarom als eindig beschouwd.
Wat betreft de dure arbeid: de gemeente prijst zich gelukkig te kunnen mogen beschikken over zeer vakbekwame handwerkslieden, die zich als vrijwilliger inzetten. De vermogenspositie van de gemeente is thans nog vrij sterk. Exploitatie van het Ontmoetingscentrum, eigendom van de Hervormde Gemeente, levert ook de nodige baten zo’n 12% van de inkomsten van de kerk.
Bij onvoldoende bijzondere inkomsten(rommelmarkt) en legaten teert de gemeente jaarlijks in op haar vermogen. Voorts moet er rekening mee worden gehouden dat incidentele inkomsten terug zullen lopen.
De kerkenraad heeft het voorstel van de kerkrentmeesters overgenomen om de volgende prioriteiten te stellen:
- Voor alles dient de pastorale zorg en het leven van de gemeente te worden gefinancierd;
- Dan volgen de onderhoudsvoorzieningen voor het kerkgebouw;
- Als laatste staat herinrichting van het kerkgebouw genoteerd maar dit heeft een zeer lage prioriteit.
Publiciteit
De gemeente heeft een internetsite “www.kerkmaasdam.nl“. Het ligt in de bedoeling een onderzoek te doen naar een wekelijks te verzenden e-mailbrief voor gemeenteleden en belangstellenden.
Hervormd Kontakt is de naam de periodiek van de Hervormde gemeente Maasdam. En bedoelt voor gemeenteleden en belangstellenden. Wekelijks levert de predikant een bijdrage aan het ringblad voor de Hoeksche Waard. Bij speciale gelegenheden publiceert de gemeente in het huis-aan-huis–krantje dat in de woonkern Maasdam verschijnt.
Organisatie
Het blijkt lastig te zijn ambtsdragers te vinden, met name voor het ouderlingschap (pastoraat). Onze gemeente zoekt wegen om de werkzaamheden over meerdere vrijwilligers naar hun gaven en talenten te verdelen. Dat betekent dat niet iedereen als ambtsdrager gevraagd zal worden en dat de kerkenraad een meer bestuurlijk karakter zal krijgen. De volgende uitgangspunten kunnen voor de benodigde samenhang zorgen:
- Organiseer het vrijwilligerswerk professioneel (zorgvuldig met overzichtelijke taken);
- Zoek creatief naar een functie op maat (pas de taak aan aan de persoonlijke capaciteiten);
- Houdt de werving in het kader van gebed.
Duidelijk over taakinhoud en inzet
In een tijd als deze waarin iedereen druk is met van alles en nog wat is het niet reëel om mensen voor een kerkelijke taak te vragen zonder daarover vooraf te communiceren wat nu eigenlijk de taak inhoud en wat er dus van de toekomstige ambtsdrager verwacht wordt en wat de ambtsdrager van de kerk mag verwachten. Een helder beeld van een taak geeft duidelijkheid aan beide kanten, dit kan opbranden en misverstanden voorkomen. Zowel ambtsdrager als kerk zijn gebaat hierbij. Het verdient dan ook aanbeveling de teken te beschrijven met daarbij een reële inschatting van de te verwachten inzet.
Werkmethoden
De werkmethoden die wij kiezen gaan uit van het principe van de “kringloop”. Er zijn één of meer brugactiviteiten (gericht op werving) die aansluiting bieden op andere activiteiten waar de gastvrijheid (speciale diensten) centraal staat en vervolgens doorleiden naar de gemeenschapsbeoefening (gesprekskringen), voltooid in toewijding aan een taak. Hiermee willen wij vorm geven aan onze kernwaarden: gastvrijheid, getuigen en dienen.
Laagdrempelige activiteiten
Niemand weet nu hoe exact de groei van een gemeente werkt. Om iets daarvan te kunnen leren is het nuttig een leerzaam te kijken naar hoe anderen dat doen. Als we bijvoorbeeld kijken naar gemeenten in Engeland dan blijkt dat deze midden in de gemeenschap staan. Veel activiteiten worden door de kerk georganiseerd.
Ook in Maasdam worden activiteiten georganiseerd die vele mensen aantrekken waaronder niet-kerkelijken en jeugd. Te denken valt daarbij aan de rommelmarkt en het zingen rondom de Kerstboom als deze geplaatst is. Dit soort activiteiten zijn bij uitstek geschikt om als kerk op een laagdrempelige manier aanwezig te zijn in Maasdam. Wellicht is het nuttig in het kader van gewenste groei meer in zetten op dit soort activiteiten en deze gedegen uit te werken en te organiseren in projectvorm. Te denken valt daarbij aan:
- Een hardloopwedstrijd in Maasdam: Gezond van Geest en Lichaam (met een loop voor de kinderen)
- Bijlesclub/huiswerkclub (naschools of op zaterdag?)
- Disco of iets dergelijks
- Cursus hoe houd ik mijn relatie fris en fruitig?
- Start to run (hardloopcursus en onderweg praten over het geloof)
- Alfa-cursus
- Een stiltecentrum waar mensen kunnen zitten en bidden
- Het Kerstspel in samenwerking met de school uitvoeren in de kerk
Vieren van successen
Als gemeente is het een goede zaak de behaalde successen te vieren. Het sterkt de kerkelijk werkers. Even pas op de plaats maken en terugblikken op een succes geeft nieuwe energie. We denken hierbij bijvoorbeeld aan het organiseren van een activiteit voor de vrijwilligers om het kerkelijk jaar af te sluiten. Ook het evalueren van de activiteiten valt onder het vieren van successen.
Plannen en de toekomst
Plannen zijn mooi en goed maar als het slechts bij plannen blijft zijn ze uiteindelijk waardeloos en kunnen ze zelfs averechts werken. Meten is weten en dat geldt ook voor de plannen. Het is dan ook leerzaam de plannen kritisch te volgen en te evalueren. De reden daarvan is eenvoudig: hebben we succes dan moeten we doorgaan. Hebben we geen succes dan moeten we de plannen bijstellen.
Leren van andere gemeenten
Wellicht is het nuttig eens te bekijken hoe andere gemeenten de noodzakelijke groei realiseren. Het wiel hoeft gelukkig maar één keer uitgevonden te worden.
Namens de Kerkenraad, Marcel de Lange
Maasdam, januari 2010
Bijlage bij het Beleidsplan 2010-2014
Inleiding van de predikant Ds J.H. Verwaal.
OVER GASTVRIJHEID, EEN VERKENNING
Al komt het woordje gastvrijheid niet zoveel voor in de Bijbel, niettemin kan men vanaf Abraham de hele heilsgeschiedenis in het teken lezen van gastvrijheid.
Waarom trok Abraham uit Ur der Chaldeeën? Zijn verblijf in Egypte, Lot in Sodom, Abraham in Kanaän, al deze reizen zijn even zovele ervaringen in gastvrijheid of niet?
Het Hebreeuws kent een aantal woorden voor de verhoudingen tussen verschillende groepen mensen (stam, familie, volk, staat, godsdienst, reiziger enz.):
ger = vreemdeling, die ook iets gemeenzaam heeft met de gastheer;
toschav = bijwoner die een zakelijke verhouding heeft met de gastheer, maar niets gemeenzaams;
nokri = vreemde met een vijandige houding tot de gastheer;
en tot slot natuurlijk de gewone vijand.
In het leven van Abraham komen al deze verhoudingen voor, waarbij Abraham vaak ook de positie van gast inneemt, bijvoorbeeld ten opzichte van Abimelek, koning van Kanaän, en soms als gastheer in Genesis 18.
Het verhaal met de grootste onderhuidse spanning van gastvrijheid is wel Genesis 18 en 19. Dit verhaal begint met een scène dat drie onbekende reizigers de tent van Abraham aandoen. Abraham betoont zich met zijn vrouw een excellent gastheer. Hij zegt: ga niet aan mijn tent voorbij; drink water, wast uw voeten, zet u neer onder de boom in de schaduw, eet brood …. Abraham geeft zelfs brood en vlees!
Abraham was kennelijk gewend om zo te doen. Deze speciale boom was als een gastvrije herberg. Hij was ook gewoon na het eten, drinken en bedienen van de gasten, een gebed uit te spreken. Ook voor wie het horen wilde vertelde hij over zijn grote ontdekking: zijn ene God, Heer van de hemelen en de aarde, die hem geroepen had. Als contrast wordt ons in Genesis 19 verteld over de ongastvrijheid van Sodom. De drie personen / engelen worden daar met geweld bedreigd en ook misbruikt – dat probeert men althans.
Conclusie: De geschiedenissen van Abraham en Sarah zijn een maatstaf voor zijn nazaten. Als wij kinderen van Abraham zijn, dan kunnen ook wij gastvrij zijn. Het woord vreemdeling (= ger) speelt daarom een grote rol in de Bijbel. In de wetten van Mozes wordt hij / zij meer dan 35 keer genoemd. De vreemdeling, die waarden deelt, heeft recht op de volle gastvrijheid. Als voorbeeld noemen we het vierde gebod uit de Tien Geboden waar ook de ‘vreemdeling’ recht heeft op de rustdag.
Er zijn in de Bijbel nog vele andere teksten. We noemen Lucas 2: voor Jezus is geen plaats in de herberg. Lees ook Mattheus 25: 25, 38, 43: als we onze plicht tot gastvrijheid wel of niet doen, heeft dat grote gevolgen. Of Handelingen 28:7; 1 Tim.3:2 en 5: 10 waar de gastvrijheid een christelijke deugd wordt genoemd.
Rom. 12:13: legt u toe op de gastvrijheid (herbergzaamheid);
Hebr. 13:2: onwetend hebt ge engelen gehuisvest (een verwijzing naar Abraham);
Ps. 119:19: ik ben een vreemdeling op aarde; onthoudt mij Uw Woord niet, o Heer.
Petrus wordt als jood bij heidenen uitgenodigd om te eten en te vertellen over God en Jezus. Zal hij de eetgewoonten van zijn gast volgen? (Handelingen 10:9-16 meent ‘ja’).
U kunt ook Ps. 107:1 zingen als u weet het verschil tussen gastvrijheid en ongastvrijheid:
Al wie door bevrijd, uit ongastvrije streken,
Naar huis werd heengeleid, zal van Zijn liefde spreken.
Denk ook aan de gelijkenissen van het Koninkrijk waarin Jezus vaak het beeld gebruikt van een maaltijd waaraan ‘vreemden’ uitgenodigd worden.
Vraag: Hoe zullen wij gestalte geven aan gastvrijheid?
OVER GETUIGEN
In het kader van het beleidsplan is het goed om enkele gedachten op papier te zetten over de betekenis van het ‘getuige zijn’ in deze tijd.
Het woord getuigen heeft vermoedelijk zijn wortels in de rechtspraak. Zoals vandaag de dag bij een rechtszaak de getuigen nog steeds een grote rol spelen, zo is dat ook in het Bijbelse woord voor getuigen: getuige zijn van de boodschap van God. Het evangelie van Johannes kent bijvoorbeeld op vele plaatsen de spanning van een rechtszaak. Enkele spelregels voor getuigen.
1. Voor een geldig getuigenis zijn er altijd twee of meer getuigen nodig (Dtn 19:15 en Johannes 8:17). Op grond van een getuige mag een rechter eigenlijk niemand veroordelen (tenzij er natuurlijk allerlei aanvullende bewijzen zijn…). Daarbij moet een getuige ook betrouwbaar zijn. Blijkt ie vaak te liegen, of is ie aan de drank, zijn er belangen in het spel etc., dan kan zijn getuigenis onderuit gehaald worden, terwijl de getuige best ‘waarheid‘ kan spreken. Dat klinkt door in het spreekwoord ‘kinderen en dwazen spreken de waarheid’.
2. Twee of meer getuigen moeten hetzelfde getuigen. Op essentiële punten moet een getuigenis overeenkomen. Als de getuigen elkaar te zeer tegenspreken, dan heb je er niets aan. Maar gaan de twee of meer getuigen in dezelfde richting, dan kunnen ze een krachtig bewijs worden.
3. Maar de getuigen mogen ook weer niet identiek zijn. Dat is juist verdacht, het wijst op afspraak, op samenzwering, op dwang oid. Bijvoorbeeld als alle getuigen zeggen: Jan was met ons in de patatzaak ten tijde van de misdaad en at een grote patat met pindasaus en hij had nog precies drie bitterballen over. Dan klopt er iets niet.
4. Een apart probleem is het verstrijken van de tijd. Als iets te lang geleden is, begint men er in Nederland niet meer aan (de verjaring). Ons geheugen werkt niet precies genoeg voor een laat proces. Maar in geval van moord is de verjaring weer vervallen.
Alle bovengenoemde spelregels komen terug in praktijk van gemeente-zijn vandaag. Door God in Christus is de gemeente getuige voor onze tussentijd in deze wereld: ‘ge zult mijn getuigen zijn’ te lezen in Jes. 43:9-10, Hand 1:8. Getuigen dat ook God betrokken is op ons leven en onze wereld: in de liefde van Christus, in schepping, in verzoening en in verlossing, of hoe u de boodschap ook wil samenvatten. Er moeten meer dan een getuige zijn. Zo zijn er vier evangelisten opgenomen in de bijbel. Zij laten ieder op hun eigen unieke manier hetzelfde getuigenis horen. Op wezenlijke punten moet er overeenstemming zijn, maar ook moet ieder verhaal persoonlijk, en authentiek zijn. Dus verschillen en afwijkingen ondersteunen juist een getuigenis, als over de hoofdzaak maar overeenstemming is. Voor onze gemeente lijkt me dit heel belangrijk. Ieder lid van de gemeente mag op zijn eigen unieke manier getuige zijn van de ene boodschap.
Een apart probleem is de lange tijdsduur: van Abraham, Israël, Jezus tot nu is al gauw 3600 jaar! Toch als een zaak heel belangrijk is, verjaart de kwestie niet. Wij hoeven gelukkig geen eindoordeel uit te spreken, dat mogen we overlaten aan God. Wij mogen vooral een oprechte getuige zijn. Daarbij belooft de bijbel dat we geholpen zullen worden door Heilige Geest: die zal ons bemoedigen en kracht geven zodat we getuigen kunnen zijn (Handelingen 1:8).
Vragen:
1. Heeft een getuigenis van iemand wel eens geraakt? Waarom, hoe?
2. Getuigt u zelf wel eens!?
3. Wat doen we als gemeente aan getuigen?
4. Wat kan verbeterd worden? Hebt u suggesties?
OVER DIENEN: KIES DE BENADERING DIE BIJ JE PAST
In de taal van de Bijbel speelt het woordje ‘dienen’ een hele grote rol. In het Hebreeuws (avoda) heeft dit woord een betekenisveld dat gaat van ‘bidden en God dienen’ naar een ‘een opdracht uitvoeren’ tot ‘belasting betalen’. Wil een menselijke samenleving ook een beschaving zijn en naar duurzaamheid streven, dan moet die samenleving gebaseerd zijn op drie pijlers: zinvol onderwijs, dienstbaarheid en daden van liefde. In het Nieuwe Testament keert het dienen in al deze gestalten terug. Jezus is temidden van ons als een die dient. Denk ook aan de viering van Witte Donderdag, als Jezus rondgaat om de voeten te wassen van zijn leerlingen. In onze kerk is zelfs een apart deel van de kerkenraad diaconie genoemd, dat betekent: dienst.
Welke uitdagingen kunnen we formuleren om aan dit woord inhoud te geven in onze situatie in Maasdam?
De mogelijkheid van dienen.
Er gaat een geweldige aantrekkingskracht vanuit om te horen dat je bijdrage verlangd en gewaardeerd wordt. Dat kennelijk God wacht ook op mijn bijdrage aan Zijn schepping, opmijn plekje op aarde tussen de mensen. Als we menen het wereldprobleem van de oorlog, of van de honger te moeten oplossen, kunnen we moedeloos worden. Maar als we een persoonlijke uitnodiging ervaren om iets concreets te doen dat haalbaar is, maar dat ook in Gods ogen zeer belangrijk is, dan kunnen we zelfs vreugde ervaren in ons werk.
Kies de benadering die bij je past.
In de kerk is langzaam de gewoonte gegroeid om een vaststaand takenpakket samen te stellen en dan daarbij een lidmaat te verleiden het takenpakket uit te voeren. Bekend is het takenpakket van de ouderling: de mededelingen in de kerk, het werk in de wijk, de vergadering, en zo meer. We ervaren echter dat het om welke reden dan ook soms moeilijk is iemand te vinden voor een dergelijk takenpakket. Op grond van de uitleg van verschillende Bijbelgedeelten als 1 Cor. 12:12vv, Rom. 12:1-8 e.a. kunnen we ook een omgekeerde weg volgen. Als iemand deel wil uitmaken van de gemeente kunnen we ook vragen waar zijn / haar belangstellingnaar uitgaat: ziekenbezoek, public relations, vergaderen, werken met kinderen, muziek of wat dan ook. En vervolgens gaat iemand op dat terrein na overleg en met afspraken aan de slag. Het motto voor dienen is dan: kies de benadering die bij je past.
Minimum aan verplichtingen.
Wel is het nodig dat we ook een minimum aan verplichtingen formuleren. Vrijwilligerswerk betekent niet dat alles vrijblijvend moet zijn. Het verdient aanbeveling dat we over deze minimumverplichtingen nadenken zowel voor een stukje dienst, als over het lid zijn in het algemeen, zoals onlangs ook bij actie Kerkbalans is gebeurd. Als mensen zich willen aansluiten bij onze gemeente is het ook helder wat van hen verwacht wordt.
Toerusting en ontspanning.
Dienen moet verbonden worden met toerusting. In welk onderdeel we ook dienen, nieuwe inspiratie en informatie blijven nodig. Evenzo zijn momenten van ontspanning nodig. Een uitje op z’n tijd is goed om allerlei redenen.
Vragen:
Bent u wel eens gevraagd voor een stukje dienst? Wat ging er wel goed en wat niet?
Vraagt u zelf wel eens iemand om een bijdrage te leveren?
Ziet u het zitten: ‘kies de benadering die bij je past’?
Heeft uw werkgroep afspraken over toerusting en ontspanning?
[1] De kernwoorden worden toegelicht in de bijlage.
