Paasmorgen olv Dhr. A.J. den Besten uit Sliedrecht

Paasmorgendienst

12 april 2020

Hervormde Gemeente Maasdam

 

Paasmuziek op orgel.

  1. Mededelingen kerkenraad
  2. Intochtslied Ps. 98: 1 en 3 Zingt een nieuw lied voor God de Here.
  3. Moment van stilte.
  4. Votum en groet: Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen het werk van zijn handen. Genade zij u, en barmhartigheid en genade van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus door de Heilige Geest. Heer, onze God, wat zijn wij zonder U? Onze geest heeft uw licht nodig, onze wil uw kracht, onze ziel uw vrede. Amen.
  5. De Heer is werkelijk opgestaan en door Petrus gezien! Halleluja!
  6. Zingen: ELB 122: 1,2,3 en 4 Daar juicht een toon, daar klinkt een stem!
  7. We belijden ons geloof met de aloude woorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis: Ik geloof in God de Vader, de almachtige, de schepper van hemel en van aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald tot in de hel, op de derde dag weer opgestaan uit de doden, opgevaren naar de hemel, zittend aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest.    Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving van zonden, wederopstanding van het lichaam en het eeuwig leven. Amen.
  8. Zingen: ELB 218: 1, 2 en 3 Samen in de naam van Jezus.
  9. Gebed om de Heilige Geest.
  10. Schriftlezing 1: Hooglied 3: 1 t/m 4a ’s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. De wachters vinden mij op hun ronde door de stad. “Hebben jullie mijn lief ook gezien?” Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij of ik vind mijn lief. Ik grijp hem vast en laat hem niet meer los.
  11. Schriftlezing 2: Johannes 20: 1 t/m 18 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben. Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus gelegen had. “Waarom huil je?” vroegen ze haar. Ze zei: “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.” Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. “Waarom huil je?” vroeg Jezus. “Wie zoek je?” Maria dacht dat het de tuinman was en zei: “Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen”. Jezus zei tegen haar: “Maria!” Ze draaide zich om en zei: “Rabboeni!” ( Dat betekent “meester”). “Houd me niet vast” zei Jezus. “Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is”. Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: “Ik heb de Heer gezien!” En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.                          Tot zover de Schriften en iedereen is een gelukzalig mens die deze woorden hoort of leest èn ze bewaart.
  12. Zingen Lied 624: 1, 2 en 3 Christus, onze Heer, verrees!

 

  1. Verkondiging: Ik heb de Heer gezien!
  2. Meditatief orgelspel
  3. Zingen: Lied 908: 1, 4 en 7 Ik heb u lief, o mijn beminde!
  4. Dankzegging, voorbeden, stil gebed en gezamenlijk Onze Vader.
  5. Collecten
  6. Slotlied: ELB 132: 1, 2 en 3 U zij de glorie
  7. Heenzending en zegen: De genade van onze Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij en blijve met u allen….Amen, amen, amen..
  1. Uitleidend orgelspel.
Dit bericht is geplaatst in Aktueel. Bookmark de permalink.