Liturgie voor zondag 26 april

LITURGIE

  • Welkom en Mededelingen
  • Zingen Psalm 121 vers 1 en 4

 

1: Ik sla mijn ogen op en zie

De hoge bergen aan

Waar komt mijn hulp vandaan?

Mijn hulp is van mijn Here die

Dit alles heeft geschapen

Mijn herder zal niet slapen

4: De Heer zal u steeds gadeslaan

Hij maakt het kwade goed

Hij is het die u hoedt

Hij zal uw komen en uw gaan

Wat u mag wedervaren

In eeuwigheid bewaren

 

  • Votum en Groet
  • Zingen Klein Gloria: Ere zij de Vader en de Zoon in de Heilige Geest

Als in de beginne, nu en immer

En van eeuwigheid tot eeuwigheid Amen

  • Gebed
  • Zingen Lied 645 vers 1 en 6

 

1: Zing ten hemel toe,

juich en jubel Gode,

Want Hij wordt niet moed

voor ons uit te gaan

Als een vuur vooraan

levenden en doden!

6: Daarom zing Hem toe!

Hij is onze Heiland.

Word zijn lof niet moe!

God is opgestaan

Om de hand te slaan

aan de oude vijand.

 

  • Schriftlezing Johannes 21 vers 1 t/m 23

Hierna verscheen Jezus weer aan de ​leerlingen, nu bij het ​Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2Bij het meer waren Simon ​Petrus​ en ​Tomas​ (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit ​Kana​ in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee andere ​leerlingen. 3Petrus​ zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de ​boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de ​leerlingen​ niet dat het Jezus was. 5Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6‘Gooi het net aan stuurboord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel ​vis​ in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7De ​leerling​ van wie Jezus hield zei tegen ​Petrus: ‘Het is de ​Heer!’ Zodra Simon ​Petrus​ dat hoorde, schortte hij zijn ​bovenkleed​ op – meer had hij niet aan – en sprong in het water. 8De andere ​leerlingen​ kwamen met de ​boot​ en sleepten het net vol ​vis​ achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd ​el. 9Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met ​vis​ erop en brood. 10Jezus zei: ‘Breng ook wat van de ​vis​ die jullie net gevangen hebben.’ 11Simon ​Petrus​ ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de ​leerlingen​ durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de ​Heer​ was. 13Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook ​vis. 14Dit was al de derde keer dat Jezus aan de ​leerlingen​ verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan. 15Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon ​Petrus​ aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ ​Petrus​ antwoordde: ‘Ja, ​Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, ​Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ ​Petrus​ werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. 18Waarachtig, ​ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je ​gordel​ om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je ​gordel​ omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 19Met deze woorden duidde hij aan hoe ​Petrus​ zou sterven tot eer van God. Daarna zei hij: ‘Volg mij.’ 20Toen ​Petrus​ zich omdraaide zag hij dat de ​leerling​ van wie Jezus hield hen volgde – de ​leerling​ die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden. 21Toen ​Petrus​ hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, ​Heer?’ 22Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. Maar jij moet mij volgen.’ 23Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze ​leerling​ niet zou sterven, maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven,’ maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom.

  • Verkondiging
  • Meditatief orgelspel
  • Gebed: Dankzegging, voorbede, stil gebed, onze Vader
  • Zingen Psalm 133 vers 3

3: Jeruzalem! Hier geeft de Heer zijn zegen,

Hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen

En leven tot in eeuwigheid

  • Zegenbede beantwoord met Amen, Amen, Amen.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Aktueel. Bookmark de permalink.